Klassieke homeopathie

Klassieke homeopathie

Hippocrates (460-377 v.Chr.) geloofde dat ziekten en kwalen niet van buitenaf kwamen, maar van binnenuit. De symptomen waren voor hem de sleutel tot de keuze van het homeopathisch middel, waardoor de zelfgenezende werking van het lichaam in gang gezet kon worden.

Samuel Hahnemann (1755-1843) is de grondlegger van de Homeopathie. Hij studeerde medicijnen en scheikunde. Hij vestigde zich in 1780 als arts. Omdat hij zich steeds minder kon vinden in de therapievormen van die tijd, zoals bijvoorbeeld aderlaten, trok hij zich terug uit zijn praktijk en ging zich toeleggen op het vertalen van boeken en uitvoeren van scheikundige en chemische proeven. Vanuit die proeven is de Similia-leer ontstaan: het gelijke wordt met het gelijksoortige genezen. Al zijn bevindingen en ervaringen zijn opgesteld in meerdere boeken. Deze dienen tot op de dag van vandaag de belangrijkste leerstof.

De regel van gelijksoortigheid stelt dat een stof die ziektesymptomen kan voortbrengen in een gezond persoon, in een zeer kleine dosis gelijksoortige symptomen kan genezen. Door het potentiëren worden de geneeskrachtige eigenschappen van de stof versterkt en bijwerkingen geëlimineerd.

De homeopaat stelt talloze vragen om tot een compleet mogelijk beeld van uw mentale, geestelijke en fysieke gezondheid te komen. Andere facetten die aan de orde komen zijn vragen over familie, operaties, voeding en leefomstandigheden. De homeopathisch middelen worden meestal een voor een gegeven. Dit kan gebeuren in de vorm van tabletjes, korrels, drankjes of ruikdosis.

Het is mogelijk dat er aanwijzingen gegeven worden in het dieet en leefstijl. Storende factoren als koffie en extreem alcoholgebruik dienen voorlopig vermeden te worden. Na 1 á 2 weken moet een duidelijke verandering te merken zijn.

Constitutie
Een homeopaat onderzoekt niet alleen uw ziektesymptomen, maar kijkt ook naar gewoonten, angsten, reacties, voedselvoorkeur, uw lichamelijk voorkomen, etc.
Dit alles vormt uw constitutie. Aan de hand van deze constitutie bepaalt de homeopaat een middel dat het meest overeenkomt met uw constitutie.

Homeopathische middelen
Er is een groot aantal variëteiten aan homeopathische middelen, uiteenlopend van dierenbestanddelen, plantenextracten, gesteenten, metalen, etc. bijvoorbeeld:

Lachesis
Wat de Latijnse benaming voor de bosmeesterslang is. Bij een beet in een ader is haar gif dodelijk omdat het rechtstreeks op de hartzenuwen inwerkt. Een oppervlakkige beet veroorzaakt hevig bloeden en bloedvergiftiging. Het is een homeopathisch middel dat bekend staat  bij bloedsomloop- en bloedvataandoeningen.

Lycopodium
Ook wel wolfsklauw genoemd, is een waterafstotend en brandbaar stuifmeel dat ooit zelfs in de vuurwerkproductie werd gebruikt. Lycopodium wordt bij de homeopathie toegepast  bij spijsverteringsproblemen, zoals indigestie.

Silicea
Kiezelzuur, als hoofdbestanddel van rotsen, kunnen we overal in de natuur vinden. Het wordt door de vegetatie opgenomen in de stengels, waardoor ze krachtig worden. Bij de mens versterkt het de broze en breekbare tanden, haren en nagels. Deze mensen zijn snel moe en hebben het gemakkelijk koud.

Aurum
Goud werd rond 1100 reeds in Arabië tegen hartklachten ingezet. Rond 1900 werd het in Europa ingezet tegen syfilis en tbc. Tegenwoordig gebruiken we het zelfs tegen kanker, reumatische artritis, en bij depressie